Forêt de Tronçais

Le Matou Roux ligt direct aan het Forêt de Troncais, een van de grootste en  fraaiste eikenwouden van Europa. Het woud beslaat een gebied van ruim 10.000 ha, waarvan 130 ha meren en wordt doorsneden door lange lanen.

Geschiedenis

Vanaf het begin van onze jaartelling gebruikte men hout uit dit gebied voor het vervaardigen van vaten. Nog altijd rijpt veel Franse cognac in vaten van Troncais-eikehout. 

Tot 1527 was het woud in het bezit van de hertogen van Bourbon. Daarna kwam het in bezit van de staat en had men lange tijd geen oog voor het bosbeheer. Talloze eiken werden geveld ten behoeve van huizenbouw en huisbrand. In 1670 besloot minister Colbert het woud te beschermen. Hij kon het eikehout immers goed gebruiken voor de bouw van oorlogsschepen. Colbert bepaalde dat nieuw geplante eikenbomen pas na 200 jaar mochten worden geveld.

In 1788 kwam in het dorp Troncais de metaalindustrie tot ontwikkeling. De klinknagels van de IJffeltoren komen onder andere hier vandaan. Binnen korte tijd was meer dan de helft van de eikenbomen in de ovens verdwenen. In 1824 startte men de vervaardiging van porselein. Gelukkig haalde men nu het besluit van Colbert om de bomen te sparen weer uit de kast. Een boom mocht slechts na 160 jaar worden omgehakt. In 1928 verlengde men deze periode tot 225 jaar. Dit is ook de reden dat men hier 200 tot 300 jaar oude eikenbomen kan bewonderen, met name in het deel dat het Futaie Colbert wordt genoemd (ten oosten van Saint-Bonnet-de Troncais). Enkele 'beroemde' bomen zijn: de Chêne Carré, de Émile-Guillaumin en de Charles-Louis-Philippe.

 

Flora en Fauna

Ruim 70% van het bos bestaat uit eikebomen, 20% uit beukebomen en de rest uit grove dennen. In het woud leven reeën, herten, wilde zwijnen, wilde katten, vlinders, eekhoorns, enkele bijzondere insectensoorten, zoals de goudglanzende loopkever en de alpenboktor en verscheidene vogelsoorten, waaronder de zilverreiger, de buizerd, de dwergarend en de havik. Onder de hoge wintereiken en de iets kortere zomereiken ontluiken in de vroege ochtend champignons. In en rond het woud liggen de meren van Goule, Morat, Pirot, Saint-Bonnet, Saloup en Troncais.

Bijzondere plekken

Tussen Le Matou Roux en Saint-Bonnet-de Troncais ligt de Fontaine Viljot, een legendarische bron.